Technisch tekenen
Een technische tekening toont een voorwerp van voren, van boven en van opzij, met vaste lijnsoorten, maten in millimeter en een schaal.
Waarom
Hoe weet een schrijnwerker precies welke kast je wil, als hij alleen een tekening krijgt?
Een foto toont een voorwerp van één kant, en je ziet niet hoe groot het is. Een schets op een servetje vergeet vaak de helft. Toch kan een schrijnwerker in Gent een kast maken die een ontwerper in Hasselt bedacht heeft, zonder dat ze elkaar ooit spreken.
Dat lukt omdat een technische tekening een taal is met vaste afspraken. Je toont het voorwerp recht van voren, van boven en van opzij. Elke lijnsoort betekent iets, elke maat staat erbij in millimeter, en een schaal zegt hoeveel kleiner of groter alles getekend is.
Zie het
Kies een vorm: L-blok, trapblok of blok met gleuf. Je ziet het blok in 3D en zijn drie aanzichten volgens de Europese methode. Tik op een aanzicht om te zien van welke kant je kijkt.
gestreept: een verborgen rand
Beschrijving van het beeld
Een blok in perspectief, met daarnaast zijn drie aanzichten volgens de Europese methode: het vooraanzicht, het bovenaanzicht eronder en het linkerzijaanzicht rechts van het vooraanzicht. Tik je op een aanzicht, dan wijst een pijl op het 3D-blok aan van welke kant je kijkt. Je kiest uit een L-blok, een trapblok en een blok met een gleuf.
Snap het
Een aanzicht is wat je ziet als je recht op één kant van een voorwerp kijkt. Het vooraanzicht toont de kant die het meest over de vorm vertelt. Het bovenaanzicht toont het voorwerp van boven, het zijaanzicht van opzij. Elk aanzicht is plat en toont maar twee van de drie afmetingen: het vooraanzicht de breedte en de hoogte, het bovenaanzicht de breedte en de diepte, het zijaanzicht de diepte en de hoogte.
Op school teken je volgens de Europese methode. Het bovenaanzicht staat recht onder het vooraanzicht, even breed. Het linkerzijaanzicht, wat je ziet als je van links kijkt, staat rechts van het vooraanzicht, even hoog. Onthoud het zo: wat je van boven ziet, komt eronder, en wat je van links ziet, komt rechts.
Elke lijnsoort heeft een betekenis. Een zichtbare rand teken je met een dikke volle lijn. Een rand die je niet kunt zien, omdat hij achter of in het voorwerp zit, teken je met een streeplijn. Het midden van een gat of een symmetrische vorm duid je aan met een hartlijn: een dunne streep-punt-lijn. Maatlijnen zijn dunne volle lijnen met pijltjes, en de maten staan erbij in millimeter, zonder eenheid.
Een schaal zegt hoe groot je getekend hebt tegenover de werkelijkheid: tekening staat tot werkelijkheid. Bij 1:1 teken je op ware grootte. Bij een verkleining zoals 1:2, 1:5, 1:10, 1:20, 1:50 of 1:100 teken je alles kleiner, bij een vergroting zoals 2:1 of 5:1 groter. Op schaal 1:20 is 1 mm op papier 20 mm in het echt. Bij de maatlijnen schrijf je altijd de werkelijke maat, nooit de getekende.
Bij een verkleining 1:n is de werkelijke maat n keer de getekende maat: w=
Uitgewerkt voorbeeld
Op een bouwplan op schaal 1:50 is een kamer 8 cm lang. Hoe lang is de kamer in het echt, in meter?
Schaal 1:50 betekent: alles is 50 keer kleiner getekend. De werkelijke maat is dus 50 keer de getekende maat.
Reken uit in centimeter.
w=
8× 50= 400 400 cm is 4 m, want 1 m is 100 cm.
- Antwoord
De kamer is in het echt 4 m lang.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Maak het
Teken een doosje in drie aanzichten35 minuten
Wat je nodig hebt
- een klein leeg doosje, bijvoorbeeld van thee of tandpasta
- ruitjespapier of een blad papier
- een potlood en een gom
- een liniaal of een geodriehoek
- nog twee of drie andere doosjes om te testen
Zo doe je het
- Kies welke kant van het doosje het vooraanzicht wordt. Knip of teken eventueel een opening in de achterkant, zodat je een verborgen rand hebt.
- Meet de breedte, de hoogte en de diepte in millimeter.
- Teken het vooraanzicht op ware grootte (1:1). Is het doosje groot, teken dan op schaal 1:2 en deel elke maat door 2.
- Trek dunne hulplijnen recht naar beneden en teken het bovenaanzicht onder het vooraanzicht, even breed.
- Trek hulplijnen naar rechts en teken het linkerzijaanzicht rechts van het vooraanzicht, even hoog.
- Teken de opening achteraan als streeplijn in het vooraanzicht en zet de werkelijke maten in millimeter bij de maatlijnen. Schrijf de schaal onderaan.
Veilig: Deze opdracht is rustig en veilig. Gebruik een leeg en schoon doosje, en draag potloden met de punt naar beneden als je rondloopt.
Test het
Leg je tekening naast het doosje: elke getekende maat maal het schaalgetal moet de echte maat geven. Leg daarna je doosje tussen de andere doosjes en laat iemand met alleen jouw tekening het juiste kiezen. Kiest die meteen het goede, dan is je tekening duidelijk.
Valkuilen
Fout: Het bovenaanzicht teken je boven het vooraanzicht.
Volgens de Europese methode, die je op school gebruikt, komt wat je van boven ziet onder het vooraanzicht.
Juist: Zet het bovenaanzicht recht onder het vooraanzicht, even breed, en het linkerzijaanzicht rechts ervan, even hoog.
Fout: Op een tekening op schaal 1:10 schrijf ik de getekende maat bij de maatlijn.
Wie de tekening leest, wil weten hoe groot het voorwerp echt is. Anders maakt hij alles tien keer te klein.
Juist: Schrijf bij de maatlijn altijd de werkelijke maat in millimeter, welke schaal je ook gebruikt.
Fout: Een rand die ik niet zie, laat ik gewoon weg.
Dan weet de lezer niet dat er achteraan een gleuf of in het midden een gat zit.
Juist: Teken een onzichtbare rand als streeplijn, zodat de vorm toch volledig op de tekening staat.
Fout: Schaal 2:1 is een verkleining.
Het eerste getal hoort bij de tekening. Bij 2:1 is de tekening twee keer zo groot als het echte voorwerp.
Juist: 2:1 en 5:1 zijn vergrotingen, handig voor kleine onderdelen. 1:2, 1:5 en kleiner zijn verkleiningen.
In het echt
- Een architect tekent een huis meestal op schaal 1:50 of 1:100. Zulke plannen horen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een verbouwing.
- Op een wandelkaart staat vaak een schaal zoals 1:25 000. Een afstand van 1 cm op de kaart is dan 250 m in het echt.
- Een kast in bouwpakket komt met een handleiding vol aanzichten, zodat je ziet welk paneel waar komt.
- In een metaalwerkplaats werkt men met werktekeningen waarop elke maat in millimeter staat.
Geschiedenis
Rond 1800 beschreef de Franse wiskundige Gaspard Monge hoe je een voorwerp nauwkeurig op een plat blad tekent met aanzichten die netjes op elkaar aansluiten. Zijn werk ligt aan de basis van het technisch tekenen zoals we het vandaag kennen.
Meer in Ruit
Werken met een schaal is rekenen met verhoudingen. Daar oefen je meer op in Ruit.
Naar RuitAan tafel
Zoek samen een kaart, een plan of een handleiding in huis. Welke schaal of welke aanzichten vind je erop?
Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.